De insulinepen voor diabeten, waarom is deze belangrijk?

Categorieën Blog

Wie met diabetes te maken krijgt, komt vroeg of laat in aanraking met verschillende hulpmiddelen. Eén daarvan is de insulinepen. Maar wat is zo’n pen eigenlijk? Wanneer gebruik je het? En wat doet het precies?

De bloedsuikerspiegel en insuline

Het lichaam heeft energie nodig om van te leven. Het maakt deze energie van bloedsuiker. De insuline zorgt ervoor dat de bloedsuiker door alle cellen in het lichaam kan worden opgenomen. Om de bloedsuikerspiegel op peil te houden, is het soms nodig om deze bij te sturen. Zo verlaagt insuline bijvoorbeeld de bloedsuiker, oftewel bloedglucose. Met een glucose sensor zoals de Freestyle Libre kun je eerst je glucosewaarden meten.

Wanneer moet je insuline aanvullen?

Op het moment dat je lichaam zelf geen insuline maakt of kan aanmaken, moet je insuline spuiten. Dit gebeurt meestal door een insulinepomp of insulinepen. Er zijn verschillende soorten insuline, elk met een eigen werking. Er is een snelwerkende insuline, die wordt zoals de naam als zegt snel in het bloed opgenomen. De bloedsuiker wordt dan ook in een korte tijd verlaagt. En er is insuline met een langzame werking.  

Het injecteren van insuline kan met een insulinepen. Het is eigenlijk een injectiespuit met een heel dun naaldje. De insuline spuit je in vlak onder de huid. Het komt dus niet direct in het bloed, maar wordt geleidelijk opgenomen. Kortwerkende insuline wordt meestal onder de buikhuid geïnjecteerd. Langwerkende insuline wordt meestal in een bil of been geïnjecteerd.

Een insulinepen met vulling

De insulinepen heeft ongeveer dezelfde afmetingen als een gewone vulpen. Er zijn insulinepennen die al gevuld zijn en er zijn pennen waar een patroon met insuline in gedaan moet worden. De hoeveelheid insuline die per keer wordt gebruikt, wordt uitgedrukt in eenheden. De meeste patronen bevatten 300 eenheden insuline in 3 milliliter. Maar er bestaan ook pennen met 200 eenheden in één milliliter. Een diabetesverpleegkundige leert je hoe je een pen het best gebruikt. En waar en wanneer je de insuline het best kunt inspuiten.